
“Amai, wat spreek jij goed Nederlands!”
“Nee, maar … van waar ben je écht?”
“Ben je niet erg jong om dit project te leiden?”
“Soms ben ik echt een autist.”
Dergelijke opmerkingen over geslacht, voorkomen, seksuele voorkeuren ... kunnen op zich onschuldig lijken, maar zijn het eigenlijk niet. Dit soort subtiele uitspraken laten iemand merken als ‘anders’ gezien te worden, en zijn minder onschuldig dan je misschien denkt. Deze uitspraken worden microagressies of microkwetsingen genoemd.
In dit artikel zoomt Bart Moens dieper in op microkwetsingen en de potentieel schadelijke impact ervan op werknemers en organisaties. Ook staat hij stil bij wat hr kan doen om ervoor te zorgen dat microkwetsingen geen ruimte krijgen.